De vorige muziek les die ik heb bijgewoond hebben wij het vooral over het grafisch partituur gehad. Wij kregen we opdracht om een eigen ontworpen grafisch partituur te maken. Hieronder kunt je mijn grafisch partituur bekijken. ik heb als doelgroep de bovenbouw gekozen. Mijn partituur heeft ook een soort van verhaallijn, in mijn verhaal is het nacht en hoor je de geluiden die je s'nachts als het heel stil is ook hoort.
![]() |
| De klanken die sowieso wilden gebruiken voor mijn grafisch partituur. |
![]() |
| voorbeeld 1. Deze was meteen al niet goed omdat ik tic en tac haast onder elkaar had gezet.. |
![]() |
| Dit was het voorbeeld blad, na dit voorbeeld heb ik de werkelijke partituur gemaakt. |
Luisteropdracht
Het stappenplan van een
luisteropdracht:
Luister
naar het muziekstuk dat je wilt gebruiken en focus inhoudelijk op de diverse
kwaliteitscriteria. Ga op zoek naar betekenis, vorm, klankaspecten en bepaal
welke luisterstijlen gestimuleerd worden.
Het muziekstuk die ik het uitgekozen (ken je
dit verhaal van cd kom aan boord) is een Nederlands nummer, In dit nummer wordt
gezongen over de ark van Noach. Er komen veel verschillende klanken in dit
nummer voor. Je kunt op verschillende
dingen letten bij dit nummer zoals: de tekst, de instrumenten, hoe vaak zingen
ze het refrein, hoe vaak komen de klanken van het refrein in het nummer voor
enz..
Betekenis
Het lied gaat over de ark van Noach. Door middel van de tekst begrijp je wat de ark was en wie Noach was en in welke tijd hij leefde.
Het lied gaat over de ark van Noach. Door middel van de tekst begrijp je wat de ark was en wie Noach was en in welke tijd hij leefde.
Vorm
In het lied wordt veel gezongen maar er worden ook veel verschillende instrumenten gebruikt voor dit nummer.
In het lied wordt veel gezongen maar er worden ook veel verschillende instrumenten gebruikt voor dit nummer.
Klankaspecten
In het begin van het nummer begint het met een langzame en lage toon, een soort van brommerig geluid. Na het begin komt er meteen een ritme, dit ritme blijft heel het nummer. Ondertussen hoor je een aantal dierengeluiden. Het ritme is een eenvoudige toon – middeltoon. Je hoort ondertussen een aantal achtergrond geluiden. De kinderen in het liedje zingen hoger dan de man en de vrouw die ook mee zingen. Als de vrouw begint te zingen, blijft het ritme het zelfde. Je hoort af en toe een hoog geluid dit is een belletje. Aan het einde van het nummer hoor je een paar hoge tonen. In het geheel is het een vrolijk lied. Zoal de klanken en de zangstemmen.
In het begin van het nummer begint het met een langzame en lage toon, een soort van brommerig geluid. Na het begin komt er meteen een ritme, dit ritme blijft heel het nummer. Ondertussen hoor je een aantal dierengeluiden. Het ritme is een eenvoudige toon – middeltoon. Je hoort ondertussen een aantal achtergrond geluiden. De kinderen in het liedje zingen hoger dan de man en de vrouw die ook mee zingen. Als de vrouw begint te zingen, blijft het ritme het zelfde. Je hoort af en toe een hoog geluid dit is een belletje. Aan het einde van het nummer hoor je een paar hoge tonen. In het geheel is het een vrolijk lied. Zoal de klanken en de zangstemmen.
Luisterstijl:
Er zijn veel verschillende luisterstijlen zoals:
Er zijn veel verschillende luisterstijlen zoals:
- analytische luisterstijl
- de motorische luisterstijl
- de creatieve luisterstijl
- de sociale luisterstijl
- de musicerende luisterstijl
Ik maak tijdens deze luisteropdracht gebruik van creatieve luisterstijl. De kinderen horen namelijk dat er veel varriatie in de tonen van de muziek zijn.
Vraag je
af hoe kinderen luisteren en wat je kinderen kunt laten ontdekken met dit
muziekstuk
Ik denk dat de
kinderen snel merken dat het ritme gelijk blijft. Verder denk ik dat de
kinderen horen dat de hoge tonen achter in het nummer komen. Je kunt kinderen
laten ontdekken hoe vaak je bijvoorbeeld het hoge toontje hoort (belletje). Je kunt
de kinderen ook laten ontdekken wanneer hoge en lage tonen in het lied
voorkomen. Ook kun je de kinderen laten ontdekken hoe vaak en wanneer het
refrein komt, komt het goed uit dat het refrein in dat stuk komt of plaatsen de
kinderen het refrein op een ander moment.
Bepaal welke opdrachten je wilt koppelen aan het stuk
Ik zou de
kinderen de hoge en de lage tonen laten noteren. Ik zou van te voren laten zien
hoe zij dit het makkelijkst kunnen doen. zij maken bijvoorbeeld een lijn( dit
is de duur van het nummer) als de kinderen een lage toon horen dan schrijven
zij onder de lijn een 1 en horen zij een hoge toon dan schrijven zij boven de
lijn een 2. Zo leren de kinderen al bezig te zijn met het noteren van klanken.
4 Beschrijf
wat de kinderen doen
De kinderen
noteren de hoge en de lage klanken die zij in dit nummer horen. Als zij dit
hebben gedaan dan luisteren we nog eens naar het nummer en dan schrijven de
kinderen op welke instrumenten zij hebben gehoord in het nummer.
5 Kies een
didactische werkvorm voor de activiteit
Ik heb gekozen
voor de interactieve werkvorm. De kinderen schrijven namelijk de klanken die
zij horen op, dit doen zij alleen bij hoge en lage klanken. De kinderen kunnen
ook kijken hoe lang de hoge en de lage klanken duren. Later moeten de kinderen
goed luisteren naar het nummer en luisteren welke instrumenten zij horen. Als zij
een instrument hebben gehoord zoals bijvoorbeeld de triangel dan mogen zij deze
pakken uit de doos vooraan in de klas. als zij de triangel horen dan maken zij
ook een triangel geluid.
Bekijk
of je gebruik kunt maken van coöperatief leren
Je kunt gebruik
maken van het coöperatief leren. Je kunt bijvoorbeeld groepjes maken van 2 met
een sterkere en zwakke leerling. De kinderen moeten samen naar de klanken
luisteren en samenwerken welke klank zij hebben gehoord bijvoorbeeld een hoge
klank. Als het ene kind niet goed weet hoe je dit kunt horen dan kan het andere
kind uitleggen hoe hij/zij het hoort.
Zorg voor
een verrassende opening van de opdracht
Als verrassende opening
zou ik het verhaal van Noach vertellen. Dit onder begeleiding van de piano.
8 Bepaal
hoe je de opdracht wilt nabespreken
Aan het einde van
de les zou ik de les nabespreken met de kinderen. Ik zou hen vragen welke
geluiden zij hebben gehoord en of zij iets verrassends zijn tegengekomen in het
nummer. Ik zou open vragen stellen naar de kinderen zodat zij terug kunnen
reageren met geargumenteerde antwoorden.
Een liedje aanleren
Hieronder kunt u mijn audio horen, waarbij ik liedje aanleer via het OMOKVAR- model gebruik.
Naam student: Lisa de vries
klas: 1A
stagebegeleider: Leon van der kervie
datum: 30 november 2014
studentnummer: 1670920
stageschool: De toermalijn
stagegroep: 8
vak/ onderwerp: liedje aanleren
Een liedje aanleren
Naam student: Lisa de vries
klas: 1A
stagebegeleider: Leon van der kervie
datum: 30 november 2014
studentnummer: 1670920
stageschool: De toermalijn
stagegroep: 8
vak/ onderwerp: liedje aanleren
Dit
is een leerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/ leerling
gestuurde les.
Dit is een zelfontworpen / methode
/ combinatie les.
DOEL(EN)
+ Welk type doel; kennis en inzicht, vaardigheid of
attitude gerelateerd?
+ Wat moet deze les opleveren (product, specifiek en
meetbaar)?
+ Welk gedrag wil ik oproepen/ wat moeten de ll tijdens
de les oefenen of ervaren (procesdoel)?
|
Het type doel dat wordt toegepast is vaardigheid.
De kinderen hebben aan het einde van de les kennis hebben
gemaakt met hoe zij gemakkelijk een liedje kunnen leren.
Ik graag dat de kinderen enthousiast mee doen met de les.
Ik wil graag muzikaal gedrag oproepen bij de kinderen.
|
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de leerlingen al?
+ Van welke
vakspecifieke theorie, didactiek, leerlijnen maak ik gebruik?
|
De leerlingen hebben al vaker een lied gezongen, zij
weten wat hoge en lage klanken zijn. Ook weten de kinderen wat een klanktoon
is.
Ik maak gebruik van het Omokvar- model. Dit model staat
voor:
-
Onderwerp
-
Muzikale opening
-
Kern
-
Verwerking
-
Afsluiting
-
Reflectie
|
ONDERWIJSBEHOEFTEN
+ Wat zijn de pedagogische
en didactische onderwijsbehoeften van de groep?
+Indien van toepassing: Wat zijn specifieke individuele
onderwijsbehoeften?
|
Ik weet dat veel kinderen uit de klas, muziek een leuk
vak vinden. Ik wil graag tijd besteden aan muziek. Ik weet ook dat een aantal
kinderen muziek niet leuk vinden in de klas, ik wil die kinderen ervaren hoe
leuk een muziek les kan zijn.
|
BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld) + Betrokkenheid |
Ik kan aansluiten op de ervaringen van muziek maken met
instrumenten. Veel kinderen uit de klas spelen een instrument. Ik kan de
kinderen vragen of zij al eens op een gitaar hebben gespeeld en wie gitaar
speelt in het dagelijkse leven.
De droomboom is een nummer die begint met een inleiding –
refrein – afsluiting. Het nummer sluit goed aan bij de leefwereld van de kinderen.
De kinderen hebben nog een rijke fantasie. Je kunt door middel van bewegingen
de kinderen meer betrokken laten maken bij het nummer.
|
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen, welke leermiddelen gebruik ik?
+ Op welke manier laat ik de materialen de lesinhoud
ondersteunen.
+ Welke methoden, bronnen gebruik ik. (APA)?
|
Ik gebruik alleen mijn gitaar. Verder gebruik ik geen
blaadjes. Ik probeer het nummer zo vaak te herhalen en in stapjes aan te
leren dat de kinderen geen tekst nodig hebben om te lezen.
Door middel van mijn gitaar laat ik de lesinhoud
ondersteunen.
Ik gebruik geen methode, ik gebruik alleen de tekst van
de droomboom.
|
LESOPBOUW
|
|||
TIJD
-- Min
|
ACTIVITEIT
Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?
|
||
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen duidelijk maken
|
Ik
leg de kinderen uit dat ik van het weekend door het park liep en dat ik daar
een hele grote boom zag staan met allerlei lekkers in de top. Ik vraag aan de
kinderen of zij deze boom ook wel eens hebben gezien of ervan hebben gehoord?
|
||
KERN
Houd rekening met: LESSTOF + Welke informatie komt aan bod, in welke volgorde en aan wie? + Hoe maak ik de lesstof toegankelijk en overzichtelijk? + Welke vragen stel ik en aan wie? + Heb ik goed voor ogen wat ik met deze les wil bereiken?
+
Pendelen tussen leerstof, leerling en leefwereld.
WERKVORMEN + Welke werkvormen kies ik en voor wie? + Hoe zorg ik voor voldoende variatie in werkvormen? BEGELEIDING + Welke positieve kenmerken zijn er en hoe speel ik daar op in?
+
Hoe speel ik in op onderwijsbehoeften?
+
Hoe cluster ik de kinderen in groepen.
+
Hoe stimuleer ik de motivatie van leerlingen?
+
Hoe geef ik feedback aan leerlingen?
GROEPS
MANAGEMENT
+
Wat kan ik al voorzien en hoe reageer ik daarop
+
Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen materialen + Regels, afspraken |
Na
de inleiding leg ik uit aan de kinderen dat ik een leuk liedje ken die heel
veel op die boom lijkt. Ik leg de kinderen uit dat het liedje de droomboom
heet. Ik vraag aan de kinderen of zij ooit van dit liedje gehoord hebben.
Vervolgend
leg ik uit aan de kinderen dat ik mijn gitaar heb meegenomen en dat ik hen
graag een liedje wil aanleren doormidden van mijn gitaar. Ik leg uit aan de
kinderen dat zij geen blaadje krijgen met de tekst erop. Ik leg uit aan de
kinderen dat we stap voor stap het lied gaan leren.
We
beginnen met stap 1:
Ik
leg de kinderen uit dat ik met een klanktoon c ga starten. Ik laat de
kinderen zien welke klankhoogte daarbij hoort met je stem. Vervolgens laat ik
het de kinderen ook met hun stem proberen. Na de klanktoon zing ik 2 keer het
lied achterelkaar. Ik leg de kinderen uit dat zij mee mogen zingen als zij
denken dat zij het weten.
Stap
2:
Na
het 2 keer voorzingen. Speel ik het nummer 1 keer zonder zang op mijn gitaar.
Stap
3:
Ik
zing het lied samen met de gitaar, de kinderen mogen meezingen
Stap
4:
De
kinderen zingen nu het makkelijkste deel van het lied. Dit is het stukje “heel
voorzichtig in mijn droom” en “klap – boem naast mijn bed” (dit kun je
eventueel 2x herhalen)
Stap
5:
Nadat
de kinderen dit hebben gedaan leren de kinderen erbij “in onze achtertuin
daar staat een hele hoge boom”
Stap
6:
Je
kunt zo stuk voor stuk de delen van het lied aanleren. Uiteindelijk kunnen de
kinderen het lied in 1 keer helemaal zingen.
De
kinderen gaan tijdens de les niet naar de wc. Voor en na de les kunnen de
kinderen naar de wc toe. verder mogen de kinderen hun hand opsteken voor
vragen.
Ik
geef iemand de beurt als hij/zij zijn hand opsteekt.
Er
zijn geen materialen nodig dus hoeven de kinderen dit niet op te ruimen.
Verder
wil ik graag dat de kinderen stil zijn als ik aan het uitleggen ben. Als dit
niet kan en ik heb iemand 2x gewaarschuwd dan mag hij/zij zijn
beloningswerkje inleveren.
|
||
KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling doen als hij klaar / niet klaar is? |
Het
is een klassikale opdracht, de kinderen zijn even snel klaar met de les. als
de les is afgelopen dan is het beloningsmiddag. De kinderen mogen dan aan hun
beloningswerkje. De kinderen krijgen allemaal een leuk beloningswerkje, als
kinderen de beloning niet verdienen dan moeten zij deze helaas inleveren.
|
|
AFSLUITING
+
Hoe bespreek ik de les na?
+ Hoe controleer ik of leerlingen de doelen hebben bereikt? + Hoe evalueer ik de les met de leerlingen? |
Aan
het einde van de les, zing je het lied een aantal keer zo kun je goed nagaan
wie het lied wel/ niet heeft onthouden. Je kunt na het zingen de kinderen
vragen wat zij van deze manier vonden en waarom zij dat zo vonden.
Je
kunt het lied een aantal keer in de week herhalen. Zo kun je na een week zien
of het is opgeslagen in de langetermijngeheugen of in de
kortetermijngeheugen.
|
|
OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een overgang naar de volgende les? |
Als
ik de muziekles heb gegeven, vraag ik de kinderen om stilte en lees ik voor 5
minuten wat voor. De kinderen worden dan vanzelf rustig. Na 5 minuten
voorlezen gaan we verder met het beloningswerkje.
|
Feedback grafisch partituur
Grafisch
partituur
Ik
heb het grafisch partituur van Lisa de Vries bekeken en het eerste wat mij
opviel is dat het
heel overzichtelijk is en duidelijk is aangegeven. Je ziet
dat er een onderwerp aanwezig is en
dit wordt duidelijk uitgedrukt. Ze heeft
hierbij het klank vorm en betekenis model gebruikt en
ook dat is duidelijk
terug te zien.
Klank:
er zijn verschillende klanken aanwezig. Hoog, laag, hard, zacht, snel en
langzaam. Dit
heeft Lisa aangetoond door middel van de tekentjes, de tekst en
kleuren. Bijvoorbeeld
wanneer iets
hard geroepen wordt staan hier uitroeptekens bij en is het groot in de kleur
rood geschreven.
Vorm:
er zit veel variatie in het grafisch partituur. Ik zie allemaal verschillende
tekentjes en woorden. Lisa heeft gekozen voor de mogelijkheid om gebruik te
maken van herhaling. Dit is te zien aan de stipjes. Ook heeft ze de
mogelijkheid gegeven om het grafisch partituur individueel
uit te voeren, in
canon of met een hele groep.
Betekenis: er is een onderwerp
aanwezig. Het gaat over een alledaagse gebeurtenis. De klokt tikt, iemand
gaat naar bed, slapen en wordt ’s ochtends weer wakker. Voor iedereen is dit
herkenbaar en dus ook voor de leerlingen op de basisschool. De leerlingen
zullen zich hierin kunnen inleven, omdat
het aansluit op de belevingswereld van het kind. Deze grafische partituur is
dus prima te gebruiken voor kinderen in de bovenbouw. Het niveau sluit daar
goed op aan.
Feedbackgever:
Lisanne
van Bekhoven
Studentenummer:
1672077
Klas: 1A
|




Geen opmerkingen:
Een reactie posten