zondag 26 oktober 2014

Drama




   SCENEPLAN                                                                             







Bron 
Inhoud
 Fabian en zijn moeder staan op het punt om samen naar een groot feest te gaan. Fabian fantaseert er op los. Het zal het leukste feest van de wereld worden, dat weet hij zeker. Misschien is er een taart zo groot als het plein en zijn er grachten vol limonade, olifanten om op te rijden en muziek waar je vanzelf van gaat dansen. Moeder bibbert eerst nog een beetje als alles wat Fabian bedacht heeft echt waar blijkt te zijn. Maar samen vieren ze uiteindelijk het feest van hun leven!
The phrase thatpays als je maar genoeg droomt, komen uiteindelijk je dromen uit.
Droom
 De scene is een droom/fantasie Fabian bedenkt de dingen van het feest, uiteindelijk komt zijn fantasie uit.
Fantasie


 De scene is een droom/fantasie Fabian bedenkt de dingen van het feest, uiteindelijk komt zijn fantasie uit.
Dans (nonverbaal)


 Er wordt gedanst op het feest die Fabian had bedacht.
Astronomisch


 Moeder weet na een tijdje dat alles wat Fabian bedacht heeft uitkomt.
Religieus

Spannend /eng
 Alles wat fabian bedenkt komt uit, dit is best wel eng vindt moeder.
Geen goede afloop

 Dit boek heeft wel een goed afloop.

Onverwacht

 Het onverwachte van dit boek is dat je op het einde ziet dan Fabian al die tijd gelijk had in zijn fantasie.

Muziek



 Er komt geen muziek in dit boek voor maar ik zou zelf voor een vrolijk deuntje kiezen.







Bron:  Törnqvist, M. (2014). Fabians feest.Hoorn: Uitgeverij Hoogland & van Klaveren.





theatheraal product

Als eerst hadden we een opzet gemaakt voor de drama opdracht deze bleek achteraf niet helemaal goed te zijn en toen hebben we hem verbeterd. Zie hieronder eerst de 1e opzet en daarna de goede opzet die wij hebben verbeterd en toegepast in ons filmpje.

Opzet 1:




Rollen:

-      1 cameraman/vrouw
-      1 presentator
-      3 hoorspelmakers

Benodigdheden:
-      Tafel
-      Stoelen
-      Opname apparatuur
-      Voorwerpen om de geluiden mee te maken
-      Een camera
-      Een script

Shot 1:
De presentator staat voor een wandje en vertelt dat er in dit filmpje uitleg gegeven wordt over een hoorspel. Legt kort uit wat een hoorspel is en ‘als de kijkers goed luisteren, kun je het hoorspel al horen’.

Shot 2:
De presentator loopt achter de wand en daar zitten de 3 hoorspelmakers. Je ziet hoe ze een klein stukje hoorspel opnemen en de daarbij behorende geluiden maken.
De presentator stelt verschillende vragen aan de makers die hierop antwoord geven:
-      De ene maker vertelt over het script (waar op te letten bij  het uitzoeken van een script voor een hoorspel en hoe je het stemgebruik aanpast)
-      De ene maker vertelt over de voorwerpen (onderzoeken welke geluiden de voorwerpen maken en waarneer en hoe te gebruiken)
-      De ene maker vertelt over het opname apparatuur (waar aan te denken en wat wel/niet te doen)

Shot 3:
De presentator loopt weer terug naar de andere kant van de wand en vat nog een keer kort samen waar je allemaal op moet letten bij het maken van een hoorspel. Daar gaat de presentator verder op door, door te vertellen hoe je een hoorspel toepast in de klas (met hoeveel personen, hoe lang het duurt en welke afspraken/ aandachtspunten je hebt in de klas).

Shot 4:
De presentator geeft aan dat de kijker nu alles weet van een hoorspel en dat ze zelf aan de slag kunnen. En dat als de kijker weer goed luistert, de hoorspelmakers ook weer verder zijn gegaan. De presentator loopt weg en je hoort nog een stukje van het hoorspel.



Tekst: Mees Kees in de gloria, Mirjam Oldenhave.

Tekst voor shot 1 en shot 2:
Op dinsdagochtend regende het keihard toen ik naar school ging. Het leek wel of ik liep te douchen, maar dan zonder warm water. Ik sloeg mijn kiezen bijna stuk, zo hard klappertandde ik.
Toen ik er was, zag ik dat de fiets van mees Kees er niet stond. Ik schrok me rot, maar al tijdens het schrikken wist ik het weer: als het regent brengt zijn moeder hem altijd met de auto. Ik rende de school in, gang door, trap op, ik gooide mijn natte jas onder de kapstok en de knalde de deur open….
Hij was er! Hij zat achter de computer, maar stond meteen op. ‘Tobias, wat ben je lekker vroeg!’
‘Wij zeggen dan: goedemorgen!’ antwoordde ik. Nee, dat wilde ik niet zeggen, maar ik klappertandde te hard om te kunnen praten.
‘Je bent drijfnat, heb je zo gezweet?’ vroeg hij. Ik moest lachen. Zo klonk het: klapperdeklapper ha ha klapperdeklapper. Hij bekeek me bezorgd. ‘We moeten echt iets doen, want je wordt een beetje blauw!’

Tekst voor shot 4:
Die woensdag was iedereen vroeg op school, dat moest voor het geniale plas. We waren muisstil, zelfs Jackie was een heel klein beetje rustig.
Winston bleef beneden op de uitkijk staan, terwijl wij naar boven slopen. Anna en Manon versierden de stoel van mees Kees en Sammy ging zijn gedicht op de achterkant van het bord schrijven. Dat was het idee van Hasna. ‘Volgens mij vindt mees Kees hem heel mooi, ‘zei ze. Aukje schreef een brief, ondertussen legden wij veel snoep in de kast. Maar er was veel te veel! Toen pakte Fred de kast beet, nee, hij omhelsde hem, en kieperde hem zo naar achteren. Zo kwam er weer plek en iedereen mikte zijn zakken snoepjes erin leeg.
Ineens stormde Winston binnen. ‘Mees op komst!’
Actie! Deuren dicht, kast rechtop. Ik griste snel het kistje van Tom mee, straks snap je wel waarom. We renden de gang op en verstopten ons achter de jassen.
‘Hij heeft ons door, wedden? Hij heeft ons door!’ riep Jackie steeds.
We hadden een paar laatste waarschuwingen voor haar moeten meenemen. Ineens siste Anna: ‘Ssst, hij komt!’
Ja hoor, daar was mees Kees, met een grote platte doos in zijn hand. We stonden allemaal doodstil achter de jassen. Ik dacht heel hard: ik ben een jas, ik ben een jas, ik ben jas………


 
Opzet 2 de goede


Shot 1:

Het is donker en je hoort feestgeluiden op de achtergrond. Het licht gaat aan en je ziet de studenten die de geluiden maken. De presentator stapt in beeld en legt uit dit in dit filmpje uitleg gegeven wordt over een hoorspel;

-      Geluiden produceren -> door klanken te maken maar ook daar bestaande voorwerpen te gebruiken. 


-      Bron: Kinderboekenweek thema: feest. Boek:  Mees Kees in de gloria.

Na de uitleg over het hoorspel gaan de studenten verder met het maken van feestgeluiden en de presentator sluit daarbij aan.



Shot 2:

De presenator komt in beeld voor een kale muur. De presentator vertelt over de aanpak.;

-      Doelstelling: wat is nu het nut van een hoorspel? Hoorspel valt onder persoonlijkheidsvormende doelstellingen binnen het vak drama: het stimuleren van fantasie en creativiteit en het ontwikkelen van het vermogen tot samenwerking. Want voor een hoorspel maak je samen! Maar ook bij de luisteraar gebeurt er iets: het stimuleert het voorstellingsvermogen van de luisteraar omdat je niet ziet wat er gebeurt. Als luisteraar maak je zelf de ‘plaatjes’ in je hoofd die passen bij de geluiden.


-      Voorwaarden: Hoe pak je aan een hoorspel aan in de klas met ongeveer 28 leerlingen? Het kan in een speellokaal maar het is ook geschikt om in het klaslokaal te doen. Zittend of staand, in een kring of achter je tafel, bij een hoorspel gaat om het zintuiglijk vermogen: horen. En zolang je goed naar elkaar kan luisteren maakt het niet uit waar of hoe je het hoorspel aanbiedt. Betekent dit dat een hoorspel voor iedere klas geschikt is? Zeker niet, het is mogelijk om vanaf groep 3 het hoorspel aan te bieden, maar aan te raden is vanaf groep 5.


-      Genoeg theorie en door naar de praktijk!



Shot 3:

De studenten staan in het lokaal en de presentator komt in beeld en verteld dat er 4 klassikale werkvormen zijn van het hoorspel. De eerste werkvorm heet mijn geluid.

-      Je ziet dat een student een geluid maakt en de anderen proberen te raden wat het is (schoolbel)


-      De presentator verteld dat er bij deze werkvorm 1 leerling een geluid nabootst en dat de anderen leerlingen raden wat het geluid is. 


-      De leerling die net het geluid heeft voorgedaan vult de presentator aan door te vertellen dat je specifiek moet vragen om een ‘bijzonder’ geluid te maken. En simpele ‘tik’ kan van alles zijn dus het is handiger dat de kinderen een bijzonder geluid maken zoals bijvoorbeeld het open en dicht slaan van een deur. Lukt het niet om bijzondere geluiden te maken? Dan kan je de leerlingen elkaars geluiden laten nadoen. 


-      De presentator verteld dat deze werkvorm ook in tweetallen uitgevoerd kan worden, de leerlingen staan in tweetallen bij elkaar en proberen elkaars geluid te raden. Handig voor deze werkvorm is om een locatie mee te geven, dan kiezen de leerlingen een geluid uit dat op die locatie voor komt zodat het makkelijker te raden is.



Shot 4:

-      Je ziet de studenten op de grond zitten met hun ogen dicht. De presentator stapt weer in beeld en verteld dat de tweede werkvorm de plek heet. Een leerling maakt een geluid en de anderen geven een locatie waar dat geluid in voor kan komen.

-      Je ziet dat een student een geluid maakt. De andere uit de groep geven locaties waar het geluid in voorkomt.

-      De student die het geluid maakte vult aan dat het niet uitmaakt als je dezelfde locatie opnoemt als deze al eerder is benoemt, twee leerlingen kunnen prima dezelfde locatie in gedachte hebben.



Shot 5:

-      De groep blijft op de grond zitten en een iemand speelt de juf of meester. De juf/meester doet een geluid voor, bijvoorbeeld regen door met de vingers op de grond te tikken. De studenten doen dit na. Terwijl de presentator in beeld stapt, gaat de groep op de achtergrond verder.


-      De presentator verteld dat deze derde werkvorm het geluidenverhaal heet. De juf/meester doet voor hoe bepaalde geluiden gemaakt moeten worden en verteld daarna een verhaal. Als de leerlingen de afgesproken woorden waarbij de geluiden passen horen, dan maken ze dit geluid. 


-      De juf/meester leest 1/2 regels uit Mees Kees waarbij Tobias in de regen fietst. En de groep maakt de regen door met de vingers op de grond te tikken.



Shot 6:

-      De presentator verteld dat de derde klassikale werkvorm Dolby surround  is. Dit houdt in dat je de helft van de groep een locatie meegeeft. Deze gaan ze gezamenlijk, lopend door het lokaal nabootsten door geluiden te maken. En de andere helft van de groep sluit de ogen (zwart papiertje voor de camera) zodat het net lijkt of je echt op die locatie bent.


-      Op de achtergrond worden er geluiden nagemaakt die in een klaslokaal voorkomen.






Shot 7:

-      Het zwarte papiertje gaat voor de camera weg en de presentator staat weer voor de kale muur. De presentator verteld dat de geluiden van net een klaslokaal moesten voorstellen. De presentator maakt de overgang naar wat je moet voorbereiden voordat je een hoorspel in jouw klaslokaal kan uitvoeren.


-      Tips: maak een lijstje met geluiden, zodat als de leerlingen geen geluid kunnen bedenken, jij er een kan influisteren. -In sommige werkvormen die net genoemd zijn geef je de leerlingen locaties mee, bereid deze voor. –Neem voorwerpen waarmee kinderen geluiden kunnen produceren. 


-      Tijdsplanning: houdt er rekening mee dat je ongeveer een kwartier kwijt bent aan de voorbereidingen en een half uur voor je les.



Shot 8:

-      De andere medestudenten komen naast de presentator staan.

-      De presentator verteld dat deze instructiefilm voor het hoorspel is gemaakt door eerstejaarsstudenten van de HU. Het doel van de film is om een beroepsproduct te maken voor drama en dat de datum 17 oktober is. 


-      Alle studenten vertellen kort hun naam en welke productierol zij op zich hebben genomen.


Bron: Oldenhave, M. (2010) Mees kees in de gloria. Amsterdam: Ploegsma.



Filmpje: 
https://www.youtube.com/watch?v=KSUsivInO4Elist=UUlFA4biDNtmm7x54Jzm7JFw 






Geen opmerkingen:

Een reactie posten